Midden in Dedemsvaart

Notaristaal

Door Bert Linde op dinsdag 3 april 2018 10:00
  • ignore touch

    © Notariskantoor Linde

mail pinterest

In het dagelijks leven gebruik ik als notaris ingewikkelde juridische taal. Moeilijke woorden, lange zinnen, veel mitsen en vaak ook nog: tenzij.

Waarom kan dat niet veel eenvoudiger? Jip en Janneke begrijpen elkaar toch ook goed?

Wel, notarissen, advocaten, rechters, wetgevers, ze willen een taal gebruiken, die maar op één manier kan worden uitgelegd. Dat heeft tot gevolg, dat wetten, vonnissen en akten voor niet-juristen moeilijk te begrijpen zijn. Nu spreken bijvoorbeeld voetballers, boeren en studenten onder elkaar ook een taal, waar een ander niets van begrijpt, maar daar vermoeien ze ons meestal niet mee.

Wetten en akten, ja, daar heeft iedereen mee te maken.

Stel u voor Jip en Janneke zijn wat ouder geworden en ze gaan samenwonen.

Op een mooi schoon vel papier schrijft Janneke op: Als ik dood ga zijn mijn spullen voor Jip. En Jip schrijft: Dat geld ook voor mij. Hij vergat de t van geldt.

Ze schrijven het allebei op de nette manier, zoals ze dat ook op school geleerd hebben.

Na vijftig jaar komt Jip te overlijden en Janneke gaat met het oude inmiddels vergeelde papier naar de bank: Het geld van Jip is nu van mij.

De mevrouw van de bank twijfelt. Janneke niet: Jip schreef toch: het geld ook voor mij. En mij, dat ben ik en het geld staat op de bank.

Een notaris zou in de testamenten hebben vermeld, dat de langstlevende de enige erfgenaam zou zijn en dat die ook de executeur was en die zou een samenlevingscontract hebben opgesteld, zodat duidelijk zou zijn dat Jip en Janneke levenspartners waren en er geen erfbelasting verschuldigd zou worden.

De notaris had na het overlijden van Janneke een verklaring van erfrecht afgegeven; de bank zou niet hebben getwijfeld en Janneke zou het geld van Jip hebben gekregen.

Wat zijn je spullen? Tafels, stoelen, bedden, banken, boeken? Of ook je boot en je huis; je vordering op je neef, die je geld hebt geleend en je licenties en je auteursrecht op een boek? Juristen noemen dit:  je goederen. Alles wat je bezit zijn je goederen. Zaken zijn die goederen, die je vast kunt pakken. Als je ze mee kunt nemen zijn ze roerend, als ze vastzitten zoals een huis en planten in de tuin, dan zijn ze onroerend. En het grind dan? Zit toch echt los, hoort bij het huis, dus onroerend. En zo kan ik nog bladzijden doorgaan.

Een gewone zin is: De zakenman kijkt naar de goederentrein. Als je het juridisch zou willen verwoorden zou je moeten zeggen: De goederenman kijkt naar de zakentrein.  Dus de man met veel bezittingen kijkt naar de trein, waarin zijn spullen worden vervoerd.

LAAT EEN BERICHT ACHTER

U moet zijn ingelogd om een bericht te kunnen plaatsen. Log in of registreer je om een reactie te kunnen plaatsen.